Manuele Lymfdrainage


Net als de bloedbaan waarin bloed circuleert, heeft het lichaam een lymfstelstel waar lymfe doorheen stroomt. Lymfbanen hebben eigen spiertjes die ‘pompend’ werken. Door deze pompende werking wordt het lymfvocht als het ware voortgestuwd. Door kleine klepjes in de lymfbanen wordt voorkomen dat de lymfe terugstroomt.
Op het kruispunt van grote lymfvaten bevinden zich lymfknopen. De lymfknopen liggen dicht bij organen en worden ook wel klieren genoemd. De klieren filteren de lymfe en halen er lichaamsvreemde stoffen uit (bacterien, kankercellen, celresten, etc.). Deze lichaamsvreemde stoffen komen in de bloedbaan terecht doordat het lymfstelsel en de bloedbaan met elkaar in contact staan. Via de bloedbaan worden de lichaamsvreemde stoffen uitgescheiden door het lichaam. In de lymfklieren worden witte bloedcellen gemaakt, die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem van het lichaam.

Oedeem is een abnormale ophoping van vocht in het weefsel als gevolg van een verstoord evenwicht tussen aanvoer en afvoer van vocht. Er zijn verschillende vormen van oedeem, afhankelijk van de oorzaak.

Enkele veel voorkomende vormen van oedeem zijn:

  • Lymfoedeem (nadat lymfklieren verwijderd zijn door een operatie of als complicatie van bestraling)
  • Veneus oedeem (als vervolg van trombose of operatie van bloedvaten)
  • Traumatisch oedeem (na een ongeval)
  • Primair lymfoedeem (aangeboren)
  • Lipoedeem

De therapie bestaat uit een combinatie van verschillende behandelingsmogelijkheden:

Manuele lymfdrainage:
Een techniek waarbij de oedeemtherapeut probeert, door een zachte pompende beweging, de vochtopname door de lymfvaten te stimuleren en het functioneren van goede vaten te bevorderen. Met specifieke handgrepen wordt de eigen beweeglijkheid van het lymfvatensysteem geactiveerd en gestimuleerd (de ‘lymfvasomotoriek’) wat de afvoermogelijkheden van lymfe doet vergroten. Hierdoor kan er meer lymfe worden afgevoerd.

Compressietherapie: 
Door middel van het aanleggen van bandages wordt van buiten af een continue druk aangebracht, die het uittreden van vocht tegengaat en de afvoer van lymfe ondersteunt. De bandages worden aangelegd als er nog geen stabiele situatie in de waterhuishouding is bereikt. Wanneer de omvang van de arm of het been stabiel is, kan een therapeutische elastische kous worden aangemeten. 

Oefentherapie: 
Een belangrijke component van de afvoer is de spierpomp. Tijdens het aanspannen van de spieren (vooral in de benen) worden de aders en lymfbanen even dicht gedrukt en worden het bloed en lymfe omhoog gestuwd. Doordat in de aders en lymfbanen klepjes aanwezig zijn, kan het bloed en vocht alleen maar naar boven richting het hart gaan.